
Na de verloren wedstrijd tegen Excelsior Rotterdam en de daaropvolgende degradatie naar de Keuken Kampioen Divisie spraken we met onze keeper Koen Bucker. Een sportman die er helemaal doorheen zat, getuige ook de omhelzing met de supporters na het laatste fluitsignaal.
“We begonnen de wedstrijd gewoon goed. We wisten wat er op het spel stond, de jongens waren gemotiveerd, de fans waren gemotiveerd, de staf was gemotiveerd. Iedereen was gemotiveerd en gebrand om deze wedstrijd te winnen. Dan zie je dat je heel goed begint en veel energie in de wedstrijd stopt. Je wint bijna iedere tweede bal en ik had nooit het idee dat het onmogelijk was, ook al komen zij er wel een paar keer gevaarlijk uit.”
Sterker nog, het algehele gevoel in de rust was dat het ook ging gebeuren. Maar dat gevoel was na het fluitsignaal voor de tweede helft snel weg. ¨Tijdens de rust was iedereen ook positief en werd er ook gezegd dat we zo moesten gaan. Maar dan verlies je direct een bal op het middenveld en ligt het helemaal open. Dat heeft niks met instelling te maken, maar dat heeft meer mee te maken dat het op dat moment tactisch niet goed staat.”
Na de gelijkmaker krijgt de ploeg de zoveelste mentale tik om de oren dit seizoen. “Dan knakt er iets in het team. Ik weet niet precies hoe dat komt.” Daarna keert dan ook de hele wedstrijd. “We moeten op dat moment meer risico nemen en met meer jongens naar voren. Dan zie je dat de ruimtes zo groot worden en is dat heel lastig te verdedigen. Dat is gewoon heel frustrerend.” Die frustratie werd gevolgd door verdriet na het laatste fluitsignaal. “Je kon het wel zien op het veld. Er heerst veel verdriet en teleurstelling bij het team, iedereen heeft het er heel moeilijk mee. Het is een heel frustrerend seizoen geweest met alles wat gebeurd is en daardoor is het des te frustrerender dat het zo eindigt.”
Na de degradatie is een vertrek van een aantal spelers natuurlijk niet uitgesloten, maar zien we Bucker volgend seizoen nog wel onder de lat? “Daar ga ik wel vanuit. Je weet niet wat er gebeurt, maar daar ga ik wel vanuit.”
Discussieer mee