
Heracles en Jamestown Analytics: de dataformule achter Union, Brighton en de nieuwe koers in Almelo
Een verdediger uit de vierde Duitse divisie, een aanvaller van het tweede niveau in Zwitserland en spelers uit competities waar de gemiddelde Nederlandse voetbalsupporter niet iedere week naar kijkt. Voor Heracles Almelo is dat sinds de zomer van 2026 geen reden meer om verder te zoeken. Integendeel: juist in die markten hoopt de club spelers te vinden die elders nog onder de radar blijven.
Na de degradatie uit de Eredivisie besloot Heracles het technische beleid behoorlijk op de schop te gooien. Vincent Heilmann werd aangesteld als hoofdtrainer, Ernest Faber ging zich volledig richten op zijn functie als technisch directeur en achter de schermen werd misschien wel de interessantste transfer van de zomer afgerond. Heracles ging een exclusieve samenwerking aan met Jamestown Analytics, waardoor de Almeloërs als enige Nederlandse club gebruik kunnen maken van de diensten van het gerenommeerde databedrijf.
Jamestown ondersteunt clubs bij onder meer scouting, spelerswaardering, trainersselectie en tegenstanderanalyse. Wie kijkt naar de namen van andere clubs waarmee het bedrijf samenwerkt, begrijpt meteen waarom de samenwerking in Almelo zoveel nieuwsgierigheid oproept. Brighton & Hove Albion, Union Saint-Gilloise, Heart of Midlothian, Como en Universitatea Craiova behoren tot de bekendste voorbeelden. Het zijn clubs die de afgelopen jaren op verschillende manieren boven verwachting hebben gepresteerd en daarbij regelmatig spelers vonden die bij het grote publiek nauwelijks bekend waren.
Om het verhaal achter Jamestown Analytics te begrijpen, kom je al snel uit bij Tony Bloom. De Engelse zakenman verdiende zijn vermogen onder meer in de gokwereld en werd daarnaast bekend als professioneel pokerspeler. Hij richtte Starlizard op, een bedrijf dat met grote hoeveelheden voetbaldata probeert kansen op de gokmarkt zo nauwkeurig mogelijk in kaart te brengen, en stapte in 2009 als eigenaar in bij zijn favoriete club Brighton & Hove Albion.
Brighton speelde op dat moment nog in League One, het derde niveau van Engeland. Inmiddels is de club al jaren een vaste waarde in de Premier League en kwam het zelfs uit in Europees voetbal. De gedachte achter die opmars sluit nauw aan bij de filosofie van Jamestown: wie betere informatie heeft dan zijn concurrent, kan op de transfermarkt een voorsprong opbouwen.
Daarbij gaat het niet simpelweg om het tellen van doelpunten, assists of gewonnen duels. Zulke cijfers zijn tegenwoordig voor vrijwel iedere professionele club beschikbaar. De kracht zit juist in de manier waarop prestaties uit verschillende competities met elkaar worden vergeleken en vertaald naar een andere omgeving.
Stel dat Heracles twee spitsen volgt. De ene maakt twintig doelpunten in de Keuken Kampioen Divisie, terwijl een andere aanvaller twaalf keer scoort in Noorwegen. Op basis van alleen die cijfers lijkt de eerste speler de logische keuze, maar zo eenvoudig ligt het niet. Misschien krijgt hij veel meer kansen, speelt hij in een dominante ploeg of is de weerstand in zijn competitie nauwelijks vergelijkbaar met die in Noorwegen.
Dat is precies het soort vraagstuk waar een datamodel waarde kan toevoegen. Jamestown probeert rekening te houden met verschillen in niveau, speelstijl, tempo en weerstand, zodat spelers uit verschillende landen beter met elkaar kunnen worden vergeleken. Een voetballer uit Estland kan daardoor naast iemand uit Duitsland, België of Zwitserland worden gelegd zonder alleen naar ruwe statistieken te kijken.
Voor een club als Heracles kan dat bijzonder interessant zijn. De club beschikt niet over het budget waarmee iedere bekende speler uit de Eredivisie of buitenlandse topcompetities zomaar kan worden gehaald. Waar grotere clubs zich een mislukte transfer gemakkelijker kunnen permitteren, kan een dure miskoop in Almelo meerdere transferperiodes invloed hebben op het beschikbare budget.
Dat betekent niet dat Jamestown de scouts overbodig maakt. Heracles benadrukte bij de bekendmaking van de samenwerking juist dat de data een aanvulling moet zijn op het bestaande scoutingapparaat. Het model kan helpen om uit duizenden spelers interessante profielen te filteren, waarna scouts, trainers en de technische staf bepalen of iemand daadwerkelijk bij Heracles past.
Daar zit waarschijnlijk de grootste winst. Geen scout ter wereld kan iedere linksback in Duitsland, Frankrijk, Scandinavië en Oost-Europa persoonlijk volgen, maar een datamodel kan wel helpen om uit die enorme vijver een beperkte groep kandidaten naar voren te halen. Vervolgens begint het menselijke werk: wedstrijden bekijken, persoonlijkheid onderzoeken, gesprekken voeren en inschatten of een speler past bij de club en de speelwijze van de trainer.
Union als schoolvoorbeeld
Het bekendste succesverhaal binnen de voetbalomgeving van Tony Bloom is misschien wel Union Saint-Gilloise. Toen Bloom in 2018 betrokken raakte bij de Belgische traditieclub, speelde Union nog op het tweede niveau. Drie jaar later promoveerde de club naar de hoogste klasse en daar bleef het niet bij.
Union deed vrijwel direct mee om het landskampioenschap, plaatste zich voor Europees voetbal en groeide uit tot een structurele uitdager van de traditionele Belgische topclubs. In 2025 volgde de ultieme beloning, toen Union voor het eerst sinds 1935 kampioen van België werd. Vooral de manier waarop de selectie in de jaren daarvoor werd opgebouwd, trok veel aandacht.
Een van de bekendste voorbeelden is Deniz Undav. Toen Union hem in 2020 vastlegde, speelde de Duitse spits voor SV Meppen op het derde niveau van Duitsland. Hij kwam transfervrij naar België, hielp Union aan promotie en groeide ook op het hoogste niveau uit tot een van de gevaarlijkste aanvallers van het land.
Zijn ontwikkeling leverde hem uiteindelijk een miljoenenoverstap naar Brighton & Hove Albion op. Later werd hij Duits international en Bundesliga-spits bij VfB Stuttgart. Achteraf lijkt zijn talent misschien vanzelfsprekend, maar op het moment dat Union hem oppikte, stond hij bepaald niet bovenaan de lijstjes van Europese topclubs.
Ook Teddy Teuma past in dat verhaal. De middenvelder speelde jarenlang buiten de grote Europese schijnwerpers en kwam via clubs als Boulogne en Red Star bij Union terecht. In Brussel groeide hij uit tot aanvoerder, promoveerde hij met de club naar het hoogste niveau en werd hij een van de smaakmakers van de Belgische competitie.
Uiteindelijk verdiende Teuma een transfer naar Stade de Reims in de Ligue 1. Het interessante aan zulke voorbeelden is dat Union geen gevestigde ster kocht, maar een speler vond voordat zijn marktwaarde volledig was geëxplodeerd. Precies dat is het soort transfer waar clubs met een beperkter budget naar op zoek zijn.
Brighton laat hetzelfde principe op een veel groter podium zien. De Engelse club bouwde de afgelopen jaren een reputatie op als organisatie die relatief onbekende spelers vroeg ontdekt, verder ontwikkelt en soms voor enorme bedragen doorverkoopt. Het zou te eenvoudig zijn om ieder succes rechtstreeks aan Jamestown toe te schrijven, maar de filosofie is duidelijk herkenbaar: probeer informatie te vinden die anderen nog niet hebben en durf daar vervolgens op te handelen.
Waar traditionele scouting vooral kijkt naar hoe goed een speler op dit moment is, probeert een datagedreven aanpak daarnaast te voorspellen hoe goed iemand in een andere ploeg of competitie kan worden. Dat verschil lijkt klein, maar kan op de transfermarkt miljoenen waard zijn.
Hearts en Craiova als recente voorbeelden
Van alle samenwerkingen is Heart of Midlothian misschien wel een van de interessantste voorbeelden voor Heracles. Hearts ging eind 2024 met Jamestown Analytics werken en kreeg exclusiviteit binnen Schotland. Daarna verschenen er in Edinburgh verschillende spelers die bepaald niet tot de bekende namen van de Europese transfermarkt behoorden.
Cláudio Braga kwam uit Noorwegen, Alexandros Kyziridis speelde in Slowakije, Tomas Bent Magnusson kwam uit IJsland en Pierre Landry Kaboré speelde in Estland. Op papier zijn het geen transfers waarmee een club direct duizenden extra seizoenkaarten verkoopt, maar juist daarin zit de gedachte achter de methode. Als iedereen een speler al kent, is hij meestal ook duurder.
Verschillende van deze aankopen groeiden uit tot belangrijke krachten bij Hearts. De club beleefde vervolgens een uitstekend seizoen en eindigde in 2025/26 op slechts twee punten van landskampioen Celtic. Rangers eindigde zelfs achter Hearts, waarmee de traditionele verhoudingen in het Schotse voetbal tijdelijk behoorlijk werden opgeschud.
Dat betekent vanzelfsprekend niet dat Jamestown eigenhandig verantwoordelijk was voor het succes. Een goed seizoen wordt altijd bepaald door veel meer factoren, zoals de trainer, de bestaande selectie, blessures, budget en vorm. Maar het laat wel zien waarom clubs geïnteresseerd zijn in een model dat kan helpen om spelers te vinden buiten de meest voor de hand liggende markten.
Ook Universitatea Craiova past in dat rijtje. De Roemeense club, eveneens gebruiker van Jamestown Analytics, kroonde zich in het seizoen 2025/26 tot landskampioen. Het was de eerste landstitel van de club in 35 jaar en opnieuw een voorbeeld van een Jamestown-partner die sportief boven verwachting presteerde.
Wie alle clubs naast elkaar zet, moet oppassen om niet te snel een causaal verband te leggen. Union, Brighton, Hearts en Craiova beschikken ieder over een eigen trainer, scoutingapparaat, budget en technische organisatie. Toch valt wel degelijk op dat meerdere clubs met dezelfde datagedreven filosofie erin slagen om spelers en prestaties te vinden die vooraf niet vanzelfsprekend waren.
De eerste Jamestown-zomer van Heracles
Wie naar de transferactiviteiten van Heracles in de zomer van 2026 keek, kon de nieuwe koers nauwelijks missen. De eerste versterking na de bekendmaking van de samenwerking was Mario Borac, een twintigjarige verdediger van Stuttgarter Kickers. Niet van VfB Stuttgart of een andere grote Duitse club, maar van een ploeg die actief was in de Regionalliga.
Borac had ondanks zijn jonge leeftijd al behoorlijk wat wedstrijden op seniorenniveau gespeeld. Heracles zag voldoende potentie om hem voor meerdere seizoenen vast te leggen. Het is precies het type transfer dat past bij de nieuwe strategie: een jonge speler uit een minder zichtbare competitie aantrekken voordat zijn naam breed bekend is.
Niet veel later volgde Max Hauswirth. Ook hij kwam uit de Duitse Regionalliga, waar hij speelde voor Schalke 04 Onder 23. Als verdediger viel hij onder meer op met zijn aanvallende bijdrage en zijn aantal assists.
Vervolgens arriveerde Manny Rodriguez, international van de Dominicaanse Republiek en afkomstig uit de lagere Spaanse divisies. Zijn profiel was anders dan dat van Borac en Hauswirth, maar ook zijn komst liet zien dat Heracles bereid was om buiten de traditionele Nederlandse transfermarkt te kijken.
Hetzelfde gold voor Chafik Abbas. De Franse vleugelaanvaller kwam over van AS Cannes en had zijn carrière voornamelijk in de lagere Franse divisies doorgebracht. Zijn cijfers met doelpunten en assists trokken de aandacht, ook al speelde hij buiten de bekende Europese competities.
Het meest aansprekende voorbeeld van de nieuwe koers is voorlopig misschien wel Jean-Paul N'Djoli. De Franse spits kwam naar Almelo vanuit FC Wil, een club uit de Zwitserse tweede divisie. Dat is bepaald niet de vijver waarin Nederlandse clubs traditioneel als eerste beginnen te zoeken.
N'Djoli had daarvoor al in Frankrijk, Spanje en Zwitserland gespeeld en zijn doelpuntenproductie trok de aandacht van Heracles. Zijn start in Almelo maakte hem al snel tot een van de opvallendste nieuwkomers. Daarmee werd hij direct een speler die perfect paste in het verhaal rondom Jamestown: relatief onbekend bij het grote publiek, maar op basis van prestaties en profiel blijkbaar interessant genoeg om naar Almelo te halen.
Het is verleidelijk om zulke transfers meteen als bewijs te zien dat de samenwerking werkt, maar daarvoor is het nog veel te vroeg. Een speler kan goed beginnen en later terugvallen, terwijl een aankoop die in zijn eerste maanden tegenvalt zich juist alsnog kan ontwikkelen. De echte waarde van de samenwerking zal pas over meerdere transferperiodes zichtbaar worden.
Geen glazen bol
Data voorkomt namelijk geen miskopen. Een model kan veel vertellen over een speler, maar niet alles. Het kan bijvoorbeeld moeilijk voorspellen hoe iemand reageert wanneer hij voor het eerst naar het buitenland verhuist, hoe hij omgaat met kritiek of hoe goed hij zich sociaal aanpast binnen een nieuwe selectie.
Ook blessures, mentale weerbaarheid en persoonlijke omstandigheden laten zich niet volledig in cijfers vangen. Juist daarom blijft menselijke scouting noodzakelijk. Jamestown moet Heracles niet veranderen in een club die blind doet wat een computer vertelt, maar in een club die op basis van betere informatie gerichtere beslissingen kan nemen.
Daarom past de methode misschien juist goed bij een club als Heracles. De Almeloërs zullen de financiële strijd met de grootste Nederlandse clubs nooit structureel winnen en ook in het buitenland zijn er tientallen clubs met hogere salarissen en grotere transferbudgetten. Dan is het logisch om te proberen een voorsprong te vinden op een ander vlak.
In plaats van hetzelfde te doen als rijkere clubs met minder geld, kan Heracles proberen eerder te zijn. Een speler vinden voordat zijn marktwaarde explodeert, een competitie bekijken waar andere clubs minder intensief scouten of kwaliteiten herkennen die in een andere omgeving nog niet volledig tot uiting komen.
Union vond Deniz Undav voordat hij Duits international werd. Hearts haalde spelers uit Noorwegen, Slowakije, IJsland en Estland en kwam vervolgens verrassend dicht bij de Schotse landstitel. Heracles zoekt nu op zijn beurt in de Regionalliga, de lagere Franse en Spaanse divisies en het tweede niveau van Zwitserland.
Dat vraagt ook iets van supporters. Wanneer Heracles een speler presenteert waarvan vrijwel niemand ooit heeft gehoord, ligt scepsis voor de hand. Een bekende naam geeft het gevoel van zekerheid, terwijl een onbekende speler uit een kleine competitie vooral vragen oproept.
Precies daarin schuilt echter de gedachte achter de samenwerking. Als iedere supporter een speler al kent, hebben waarschijnlijk ook tientallen scouts hem al gezien en is zijn prijs meestal navenant. De ideale transfer binnen deze filosofie hoeft op de dag van presentatie helemaal niet spectaculair te voelen.
Pas maanden of jaren later moet blijken waarom Heracles hem interessant vond.
Daarmee is de samenwerking met Jamestown Analytics een van de interessantste ontwikkelingen uit de recente geschiedenis van de club. Het biedt geen garantie op promotie, sportief succes of miljoenenwinsten op de transfermarkt, maar de gedachte erachter is duidelijk: Heracles moet proberen een informatievoorsprong te creëren op clubs met grotere financiële mogelijkheden.
Niet meer uitgeven, maar beter uitgeven. Niet alleen kijken waar iedereen kijkt, maar juist zoeken waar anderen minder vaak komen.
Daardoor zullen er de komende transferperiodes waarschijnlijk vaker namen voorbijkomen die zelfs de fanatiekste Heraclied niet direct kent. Misschien komt de volgende versterking opnieuw uit de Duitse Regionalliga, de tweede divisie van Zwitserland of een competitie waar Nederlandse clubs nauwelijks actief scouten.
De eerste reactie zal dan ongetwijfeld regelmatig hetzelfde zijn: wie is dat?
Maar sinds de samenwerking met Jamestown Analytics hoort daar in Almelo ook een tweede vraag bij: wat hebben zij gezien dat wij nog niet zien?
Als Heracles daar de komende jaren vaak genoeg het juiste antwoord op vindt, kan de belangrijkste aanwinst van de zomer uiteindelijk inderdaad geen speler blijken te zijn, maar de manier waarop de club naar spelers kijkt.